Vit.B12: niet alle cobalamine vormen zijn gelijk.


Vitamine B12 wordt ook wel cobalamine genoemd het bevat namelijk het metaal kobalt. Vit.B12 is een verzamelnaam voor een groep van kobalt bevattende verbindingen bekend als corrinoids. De belangrijkste cobalamine derivaten zijn cyano-cobalamine, hydroxocobalamine en de twee co-enzym vormen methyl-cobalamine en adenosyl-cobalamine.


Hier de "story of my life" in een zoektocht naar de optimale cobalamine behandeling.


zaterdag 16 maart 2013

Verhoogd Vit.D 1,25-dihydroxy determinant ‘risicofactor’ Osteoporose in IBD ziekte van Crohn patiënten zonder hypercalcemie en hyperparathyreoïdie


 
Verhoogd Vit.D 1,25-dihydroxy determinant ‘risicofactor’ Osteoporose in IBD ziekte van Crohn patiënten zonder hypercalcemie en hyperparathyreoïdie
16 maart - 2013

Meer dan 1,5 miljoen mensen in de USA hebben een inflammatoire darm ziekte (IBD), zoals ziekte van Crohn en Colitis Ulcerosa.
Er zijn momenteel ruim 55.000 mensen met een chronische darmontsteking. Hiervan hebben ruim 20.000 mensen de ziekte van Crohn. Naar schatting komen er per jaar in Nederland ongeveer duizend nieuwe patiënten bij met de ziekte van Crohn. De ziekte wordt meestal ontdekt tussen het vijftiende en dertigste levensjaar. Jongeren hebben een grotere kans de ziekte te krijgen dan ouderen. Vrouwen krijgen de ziekte iets vaker dan mannen. (1)

Een belangrijke manifestatie van IBD buiten de darmen is een vorm van botontkalking, wat resulteert in een hogere risicofactor voor botfracturen. Het aantal IBD patiënten met osteopenie bedraagt respectievelijk 31 - 59%. Osteoporose, vaak een stille ziekte totdat bot fracturen plaats vinden, is gemeld in 5 - 41% van de patiënten met de Ziekte van Crohn.
Hoewel een Vit.D deficiëntie schadelijk kan zijn geldt dit tevens voor ongepast hoge 1,25D waardes. Wanneer de vorming van 1,25D niet strak gereguleerd wordt door PTH, kan de osteoclast resorptie (botafbraak) versneld raken en resulteren in een verlaagde botmineraal dichtheid. Hoewel calcium en Vit.D aanbevolen wordt voor IBD patiënten om IBD gerelateerde botdichtheidverlies tegen te gaan, hebben lang niet alle studies een Vit.D deficiëntie gevonden bij IBD of een positief effect van vitamine D suppletie.



In 2004 heeft een team van medisch wetenschappelijke onderzoekers, onder leiding van dr. M. T. Abreu van de Inflammatory Disease Centre in het Cedars - Sinai Medical center in Los Angeles een onderzoek gedaan naar de botmineraal dichtheid (BMD) bij een groep patiënten met de ziekte van Crohn en Colitis Ulcerosa, twee vormen van inflammatoire darmziekten (IBD).

Author’s affiliations
M T Abreu, E A Vasiliauskas, Division of Gastroenterology, inflammatory Bowel Disease Center, Steven Spielberg Pediatric Research Center, Burns and Allen Research Institute, Cedars-Sinai Medical Center, Los Angeles, CA, USA

V Kantorovich, U Gruntmanis, R Matuk, K Daigle, S Chen, J S Adams, Department of Medicine, Division of Endocrinology, Steven Spielberg Pediatric Research Center, Burns and Allen Research Institute, Cedars-Sinai Medical Center, Los Angeles, CA, USA
D Zehnder, M Hewison, Division of Medical Sciences, University of Birmingham, Birmingham, UK

Y-C Lin, H Yang, Department of Pediatrics, Division of Medical Genetics, Steven Spielberg Pediatric Research Center, Burns and Allen Research Institute, Cedars-Sinai Medical Center, Los Angeles, CA, USA
Onderdeel van dit onderzoek was ondermeer het meten van beide Vit.D metabolieten de 25D en de 1,25D, met daarnaast calcium-, PTH- en fosfaat waarden en deze te vergelijken met de beschikbare BMD resultaten.


Lage BMD. En het daaruit voorvloeiende verhoogde risico op botbreuken, is een vrij veel voorkomende complicatie van IBD. De prevalentie van osteopenie - osteoporose is hoog te noemen.

Terwijl, onder bepaalde omstandigheden een Vit.D deficiëntie schadelijk zou kunnen zijn voor de botten, kunnen onnodig hoge niveaus van Vit.D, in het bloed, ook leiden tot een verlaagde  botmineraal dichtheid.

Aantal deelnemers in de cohort studie: 138 patiënten met de ziekte van Crohn en 29 patiënten met Colitis Ulcerosa

Opvallend resultaat is de verhoogde 1,25D waarde, die volgens het team van dr. Abreu een risicofactor is voor de ontwikkeling van osteoporose bij patiënten met de ziekte van Crohn. Geen van de patiënten met de ziekte van Crohn of Colitis Ulcerosa vertoonden hypercalcemie en/of hyperparathyreoïdie. Calcium-, PTH- en fosfaat waarden vertoonden geen abnormale afwijkingen.
Abreu et al. vonden bij 42% van de 138 Crohn patiënten en bij 7% van de Colitis Ulcerosa patiënten een hoge 1,25D waarde. Er was een significante associatie tussen een hogere waarde van het actieve hormoon 1,25D en een lagere BMD bij Crohn en CU patiënten.

Bij nader medisch onderzoek – darm biopsie – ziekte van de Crohn en Colitis Ucerosa patiënten werd een hoger niveau van 1 alpha hydroxylase in de mucosa (slijmvlies, dunne laag cellen die slijm produceren) van de Crohn patiënten gevonden. Dit enzym (1 alpha hydroxalase) zet 25D om in 1,25D. Het schijnt dat over expressie van dit enzym in de ontstoken slijmvliezen van de darm een lage BMD bij Crohn patiënten veroorzaakt.
De T-score bij een BMD meting bepaald de mate van osteopenie – osteoporose.

Bij een uitslag van: T-score tussen de +1 en -1 is alles prima.
Bij een uitslag van: T-score tussen de -1 en -2,5 is er sprake van osteopenie (verminderde botmassa).

Bij een uitslag van:T-score vanaf -2,5 is er sprake van osteoporose.
 
 
Osteopenie - Osteoporose:
Dit proces kan plaats vinden bij o.a. ziekte van Crohn patiënten met hoge calcitriol (1,25D) waarden, zonder hypercalcemie en/of hyperparathyreoïdie, calcium-, PTH- en fosfaat normaal waarden.
Onderzoek Abrue et al. studie 2004 IBD patiënten. Ziekte van Crohn en Colitis Ulcerosa.
Measurement of vitamin D levels in inflammatory bowel disease patients reveals a subset of Crohn’s disease patients with elevated 1,25-dihydroxyvitamin D and low bone mineral density (2)
Ik lees het volgende:
Citaat Abreu et al.: The current study emanates from our observation that CD patients undergoing routine evaluation for metabolic bone disease were frequently found to have increased—not decreased—levels of the active hormonal form of vitamin D, 1,25(OH)2D. A review of patients’ records found that almost half of the CD patients investigated had abnormally elevated levels of 1,25(OH)2D in the absence of hyperparathyroidism.
De uitkomst van de huidige studie, waarbij Crohn patiënten routine matig onderzocht werden op metabolische bot ziekten, toont aan dat deze patiënten vaker een verhoogde Vit.D 1,25(OH)2D hadden dan een verlaagde. Een beoordeling van de patiënten gegevens toonde dat bijna de helft van de CD patiënten een ‘abnormaal’ verhoogde 1,25D waarde hadden, zonder hyperparathyreoïdie.
Citaat Abreu et al.: None of our patients demonstrated hypercalcaemia (mean calcium level 9.3 (SD 0.49)) and there was no correlation between serum calcium and 1,25(OH)2D levels. Serum phosphate levels were not different in control and IBD patients
Geen van de patiënten vertoonde hypercalcemie (gemiddelde waarde was 9.3 = 2.32 mmol/L) en er was geen correlatie tussen de serum calcium waarde en de hoogte van de 1,25D(OH)2D waarde. Er waren geen verschillen in serum fosfaat waarden tussen de IBD patiënten en de controle groep.
Citaat Abreu et al.: Although circulating concentrations of vitamin D are important for normal calcium homeostasis and bone metabolism, high levels of the active hormone can result in increased bone resorption with a concomitant decline in BMD.
Hoewel de concentratie van Vit.D in de circulatie van belang is voor een normale calciumhuishouding en botmetabolisme kunnen hoge niveaus van het actieve hormoon 1,25D resulteren in een verhoogde botresorptie en gelijktijdige achteruitgang van botmineraal dichtheid.
Citaat Abreu et al.: Firstly, elevated 1,25(OH)2D may serve as a marker of CD.
Ten eerste, verhoogd 1,25D waarden kan dienen als (functionele) marker voor de ziekte van Crohn.
Menig arts, dan wel Vit.D uitbatende groeperingen (o.a. Vit.D Council, GrassrootsHealth etc.) die Vit.D supplementen promoten (in een dosering vaak boven de norm van de Gezondheidsraad en eventuele geldende Amerikaanse richtlijnen) maken vooralsnog geen uitzondering voor IBD patiënten met o.a. de ziekte van Crohn. De kennis om een 1,25D bepaling te gebruiken in de ‘differentiaal diagnostiek’ als marker dan wel aanwijzing en/of confirmatie ziekte van Crohn ontbreekt blijkbaar.
Citaat Abreu et al.: 1,25(OH)2D levels also correlated with CD activity.
Opmerkelijke uitspraak van dr. Abreu et al.: het gehalte 1,25D c.q. 1,25D waarden correleren met ziekte van Crohn activiteit.
Citaat Abreu et al.: Serum 1,25(OH)2D levels were higher in CD (57 pg/ml) versus UC (41 pg/ml) (p = 0.0001).
Serum 1,25 (OH)D2D niveaus waren hoger in ziekte van Crohn (57 pg/ml) versus Colitis Ulcerosa (41 pg/ml)
Patiënten ziekte van Crohn 57 pg/ml = 136 pmol/l. Patiënten Colitis Ulcerosa 41 pg/ml = 98 pmol/l 
De 136 pmol/l zou dus gezien kunnen worden als een ‘abnormaal’ verhoogde 1,25D waarde bij patiënten met de ziekte van Crohn.
Citaat Abreu et al.: These data suggest that, in addition to glucocorticoids, high levels of 1,25(OH)2D levels are an important risk factor for the development of osteoporosis in patients with CD.
Deze data suggereert dat, naast de corticosteroïden, hoge 1,25D(OH)2D waardes een hoge ‘risicofactor’ zijn voor de ontwikkeling van osteoporose bij patiënten met Crohn.
Resumé: wetenschappelijk onderzoek Dr. Abrue et al. Geen hypercalemie, geen hyperparathyreoïdie bij ziekte van Crohn en Colitis Ulcerosa. De 1,25D is een determinant ‘risicofactor’ ontwikkeling osteopenie - osteoporose. De 1,25D ‘correleert’ dan wel ‘fungeert’ als ‘functionele marker’ ziekte activiteit ziekte van Crohn. Verhoogd 1,25D waarden kan dienen als (functionele) marker voor de ziekte van Crohn.
Intestinal inflammation (IBD) --> 1,25(OH)2D3 subset of CD patients --> Bone resorption --> Decreased bone mineral density & Increased risk of fracture
 
 
Diagram: Metabolic Bone Disease in Inflammatory Bowel Disease (3)
De 1,25-dihydroxy D het actieve hormoon D regelt de absorptie van calcium ter hoogte van de dunne darm en regelt de incorporatie en metabolisatie van calcium en fosfor in het beenweefsel. Voor de duidelijkheid de hoogte van o.a. de 1,25D waarde bepaald of er botstimulatie dan wel botafbraak plaats vindt, niet de 25D waarde.
De stof calcidiol (25D) heeft in tegenstelling tot calcitriol (1,25D) slechts een minimale biologische activiteit. (4)
Vitamin D (Calcitriol)
Citaat: Vitamin D, as either D3 or D2, does not have significant biological activity. Rather, it must be metabolized within the body to the hormonally-active form known as 1,25-dihydroxycholecalciferol.
Vit.D, in de vorm van D3 of D2, heeft geen biologische significante activiteit. Het moet eerst in het lichaam omgezet worden in de actieve vorm 1,25D.
Vitamine D Een wondermiddel ? (5)
Prof. Dr. C. Mathieu, Prof. Dr. A. Verstuyf
Dienst Endocrinologie en laboratorium voor Experimentele Geneeskunde en Endocrinologie (LEGENDO), KULeuven
“Er heerst wereldwijd een hype rond vitamine D”.
“Vitamine D3 is op zich weinig actief. Het moet twee extra hydroxylatiestappen ondergaan alvorens het efficiënt kan binden aan zijn receptor (nucleaire vitamine D-receptor of VDR). De hydroxylaties vinden plaats met behulp van CYP-enzymes die werken met cytochroom P450 en die zich in verschillende cellen in ons lichaam bevinden. Het grootste deel circulerend vitamine D3 wordt in de lever gehydroxyleerd op de 25-positie door middel van verschillende 25-hydroxylase-enzymen (figuur 1). Dit proces wordt niet gereguleerd: zo goed als alle vitamine D3 die wordt aangemaakt in de huid wordt in de lever omgevormd tot 25-hydroxyvitamine D. De tweede hydroxylatiestap gebeurt in de nieren onder impuls van het 1-alfa-hydroxylase-enzym met als resultaat het actieve molecule 1,25-dihydroxyvitamine D3 (calcitriol). In tegenstelling tot de eerste hydroxylatiestap wordt deze tweede en laatste stap zeer strikt geregeld door het parathyroidhormoon (PTH), calcium, de fibroblastgroeifactor (FGF) 23 en het 1,25-dihydroxyvitamine D3 zelf (negatieve feedback)”.
 
 
De ziekte van Crohn wordt ook wel Sarcoïdose van de darm genoemd. (6,7)
SARCOÏDOSE: STAND VAN ZAKEN (8)
Prof. dr. M. Drent, longarts
De laatste stand van zaken voor de medisch specialist
Endocriene manifestatie
“Hypercalciemie komt voor tussen 2-10% van de patiënten met sarcoïdose”.
Sarcoïdose en de 1,25D al of niet hypercalcemie
De meeste sarcoïdose patiënten hebben een normaal calcium bloedwaarde, alhoewel sommige sarco patiënten hypercalcemie en/of hypercalciurie kunnen ontwikkelen. Echter, het is meer dan 25 jaar bekend  dat sarcoïdose patiënten verhoogd niveaus van actief hormoon 1,25D kunnen hebben, zelfs met normaal calcium waarden, en hoge waarden van hormoon 1,25D maken de mensen ziek.
Hypercalcemie is niet alleen maar het resultaat van overmaat Vit.D; het is veel complexer dan alleen dat. Veel ‘calciumnormaal’ sarcoïdose patiënten hebben last gehad van nierstenen en hebben calcium deposities in de zachte weefsels als resultaat van de overmaat van 1,25D in de weefsels, wat o.a. zorgt voor verharden van de bloedvaten, te hoge bloeddruk etc. Het dichtmetselen van de aderen leidt tot aderverkalking. De aanname dat iedere sarcoïdose patiënt een 'abnormaal' calcium metabolisme heeft, dan wel hypercalcemie heeft, is onjuist.
Elevated 1,25-dihydroxyvitamin D levels are associated with protracted treatment in sarcoidosis  (9)
Geen van de sarco patiënten met een 1,25-dihydroxy vitamine D waarde hoger dan 51 pg/ml (hoger dan 122 pmol/l) had een calcium waarde hoger dan 10.3 mg/dl (2.56 mmol/l) op enig moment van de waarneming of een eerdere behandeling indicatie van hypercalcemie.
Frequency of disordered calcium metabolism in sarcoidosis  (10)
HAROLD L. ISRAEL ROBERT A. GOLDSTEIN
Sarcoidosis Clinic, Thomas Jefferson University Hospital, Philadelphia and the Veterans Administration Hospital, Washington
Citaat: These observations suggest that calcium metabolism is normal in most patients with sarcoidosis.
Deze waarnemingen suggereren dat het calcium metabolisme normaal is bij de meeste patiënten met sarcoïdose.
Citaat: A review of our own patients, however, showed significant hypercalcaemia to  be infrequent (Israel et al., 1961). Other investigators with wide experience in sarcoidosis have also found hypercalcaemina uncommon (Putkonen, Hannuksela & Helme, 1965; Scadding, 1967).
Een inspectie van onze patiënten toonde echter dat significante hypercalcemie nauwelijks voorkwam (Israel et al., 1961). Andere onderzoekers met een brede ervaring met sarcoïdose vonden eveneens dat hypercalcemie zeldzaam was. (Putkonen, Hannuksela & Halme, 1965: Scadding, 1967).
Citaat: Studies of the pathophysiology of the calcium disturbance that exists in some patients with sarcoidosis are thus inconclusive. Nevertheless, most investigators have accepted the concept that patients with this disease are abnormally sensitive to vitamin D. Evidence for this view includes reports of toxicity from use of calciferol in sarcoidosis (Scadding, 1950; Mather, 1957), observations of adverse effects of sunlight (Ellman & Parfitt, 1960) and the report of increased frequency of hypercalcaemia in summer months (Taylor et al, 1963). The effect of sunlight, however, has not been confirmed in two prospective studies; the toxic effects of calciferol may be independent of hypercalcaemia (Robertson, 1948); and we have used calciferol in treatment of several patients with disfiguring cutaneous sarcoids; no increases in calcium levels occurred.
Studies van de pathofysiologie calcium verstoring die voorkomt bij enkele patiënten met sarcoïdose is onvolledig. Ondanks dit hebben de meeste onderzoekers het concept geaccepteerd dat patiënten met deze ziekte abnormaal gevoelig zijn voor Vit.D. Bewijs voor dit inzicht omvat meldingen van toxische effecten door gebruik van (chole)calciferol bij sarcoïdose (Scadding, 1950; Mather, 1957), en observaties van negatieve effecten van zonlicht (Ellman & Parfitt, 1960) en beschrijvingen van een verhoogde frequentie van hypercalcemie in de zomer maanden (Taylor et al. 1962). Het effect van zonlicht, echter, is in twee prospectieve studies niet bevestigd; de toxische effecten van calciferol zijn wellicht onafhankelijk van hypercalcemie (Robertson, 1948); en we hebben calciferol behandeling gebruikt in meerdere patiënten met ontsierende (huidlesies: erythema nodosum of lupus pernio) cutane sarcoïdose; waarbij geen verhoging van de calcium niveaus vond plaats.
Vitamin D, Calcium, and Sarcoidosis (11)
Om P. Sharma MD
Department of Pulmonary  and critical car  Medicin, USC School of Medicine, Los Angeles.
Citaat: It has been suggested that hypercalcemia is more frequent during the summer months when exposure to sun is at its maximum. If this were an important factor, then the incidence of hypercalcemia would be highest in southern California, the land of sun worshippers. But it is not so!
Er is geponeerd dat hypercalcemie meer voorkomt gedurende de zomer maanden wanneer blootsteling aan de zon het hoogst is. Als dit een belangrijke factor zou zijn, dan zou de incidentie van hypercalcemie het hoogst zijn in Zuid Californië, het land van de zon aanbidders. Doch dit is niet zo!
Wanneer het calcium niveau is verhoogd om het even welke aandoening, is het raadzaam PTH (bijschildklierhormoon) te laten bepalen.
IBD patiënten met een stadium van botontkalking en cardiovasculair problematiek (12,13) is niet ongewoon.
Een verhoogde 1,25D waarde is een o.a. een risico factor voor de ontwikkeling van hoge bloeddruk en aderverkalking en kan als zodanig gebruikt worden als determinant hiervoor.
De aanname dat patiënten, met een hoge bloeddruk en aderverkalking, in combinatie met een hoge 1,25D, een abnormaal calcium metabolisme dan wel hypercalcemie hebben is eveneens onjuist.
 

 
 
Renal Versus Extrarenal Activation of Vitamin D in Relation to Atherosclerosis, Arterial Stiffening, and Hypertension (14)
Citaat: Macrophages in atherosclerotic lesions can locally activate vitamin D3 to calcitriol, which might contribute to arterial stiffening and hypertension.
Macrofagen in atherosclerose lesies kunnen lokaal Vit.D3 activeren tot calcitriol, wat kan bijdragen aan aderverkalking en hoge bloeddruk.
Citaat: Subsequently, nearly 20 other forms of granulomatous diseases, such as Crohn’s disease, were reported to be associated with increased levels of 1,25-(OH)2-D3.
Bovendien werden bijna 20 andere vormen van granulomateuze ziekten, zoals Crohn’s geassocieerd met verhoogde 1,25 –(OH)2-D3 waardes.
Citaat: Granulomatous inflammatory processes elevate calcitriol levels and sometimes result in hypercalcemia.
Granulomateuze inflammatie processen verhogen calcitriol niveaus en resulteren incidenteel c.q. af en toe in hypercalcemie.
Citaat: In cases of local activation of Vitamin D3 by macrophages, spillover to the circulation only occurs during massive overproduction.
Het weglekken c.q. overlopen van lokaal in de macrofagen geactiveerde Vitamine D3 naar de circulatie gebeurt alleen tijdens massale overproductie.
Citaat: In atherosclerotic  lesions, macrophages infiltrate the arterial wall. Their ability to activate circulating precursors (25-hydroxycholecalciferol, 25(OH)D) to calcitriol can cause deleterious effects on the structure and function of the arterial media.
Macrofagen infiltreren de vaat wand in atherosclerotische lesies. Hun vermogen om circulerende voorlopers (25-hydroxycolecalciferol, 25(OH)D) om te zetten naar calcitriol kan schadelijke effecten veroorzaken aan de functie van de vaat omgeving.
Niet bepaald de eerste optie waar je aan denkt bij een teveel aan Vit.D 1,25. Namelijk botontkalking, osteopenie - osteoporose, aderverkalking en hoge bloeddruk et. Osteo en aderverkalking zijn twee sluipmoordenaars die in de regel te laat ontdekt worden. De sloopwerkzaamheden openbaren zich veelal jaren later, zonder aanwijzing van hypercalcemie.
Periodiek monitoren van beide Vit.D metabolieten de 25D- en 1,25D-, calcium-, PTH- en fosfaat waarden bij IBD patiënten is gewenst. IBD patiënten kunnen normaal calcium-, PTH- en fosfaat waarden hebben zonder hypercalcemie en/of hyperparathyreoïdie (Abrue et al.)
Osteoporose en/of aderverkalking zijn geen ‘acute D vergiftigingsverschijnselen’, maar ontstaan op termijn als er geen interventie plaatsvindt om de 1,25D waarde binnen de perken te houden.
 
 
Prof. dr. ir. H.F.J. Savelkoul, hoogleraar en dhr. ir. G. den Hartog, promovendus van afdeling Celbiologie en Immunologie, Wageningen Universiteit 
“Zowel ergocalciferol uit de voeding – afkomstig van ergosterol dat aanwezig is in planten en schimmels – als cholecalciferol zijn biologisch inactief en worden in de lever omgezet tot gedeeltelijke biologisch actieve moleculen. Verdere omzetting in de nieren leidt tot de productie van de actievere vorm 1α,25-dihydroxyvitamine D (calcitriol). Deze vorm is de belangrijkste circulerende vorm van vitamine D en is de beste indicator voor de relatie met de klinische status van het individu.” (15)
Veiligheid van Vitamines (16)
John Marks, hoogleraar medicijnen Girton College, Cambridge
Cholecalciferol, ergocalciferol - vitamine D
“Op dit moment is de bepaling van één van de metabolieten in het bloedplasma de beste wetenschappelijke methode om de vitamin-D-status te meten. De meest geschikte bepaling zou die van de 1,25-dihydroxy vitamine-D-metaboliet zijn. Dit is nog geen wijd verbreide bepaling en de meting van 25-hydroxy vitamine D wordt op het ogenblik meer algemeen gebruikt.”
Hypovitaminosis D and disease; consequence rather than cause? (17)
Citaat: Serum 25OHD is a negative acute phase reactant and this has implications for acute and chronic diseases. Firstly, serum 25OHD is an unreliable biomarker of vitamin D status following an acute inflammatory insult. Secondly, we suggest that hypovitaminosis D may be the consequence rather than the widely purported cause of a myriad of chronic diseases
Serum 25OHD is een ‘negatieve acute fase reactant’ en dit heeft gevolgen voor acute en chronische ziekten. Ten eerste, is serum 25OHD een ‘onbetrouwbare’ biomarker van de Vit.D status na een acute inflammatie aanval. Ten tweede, brengen wij ten berde dat hypovitaminose D mogelijk eerder het ‘gevolg’ is dan de algemeen beweerde ‘oorzaak’ van ontelbare chronische ziekten.
Vitamin D Insufficiency (18)
Mayo Clinic 2011
CONCLUSION : Critically evaluating the evidence regarding the purported benefit of vitamin D on a multitude of health outcomes is difficult. The bulk of current data is based on observational, epidemiological studies, which are useful for generating hypotheses but not for proving causality.
Until more data from RCTs are available, a healthy dose of skepticism should be maintained regarding the other health claims for vitamin D.
Kritische evaluatie van het veronderstelde positieve effect van vitamine D op een aantal gezondheid kwesties is moeilijk. Het merendeel van de beschikbare data berust op observaties en  epidemiologische studies, die bruikbaar zijn voor het opstellen van hypothesis maar niet voor het aantonen van een oorzakelijk verband.
Totdat er meer data bekend is van RCTs (Gecontroleerde Klinische Onderzoeken) moet een  sceptische houding  ten opzichte van de andere veronderstelde positieve gezondheid effecten aangehouden worden.
Overzicht geraadpleegde literatuur c.q. wetenschappelijke artikelen.
 
(1)  Crohn Colitis Ulcerosa Vereniging Nederland
(2)  Measurement of vitamin D levels in inflammatory bowel disease patients reveals a subset of Crohn’s disease patients with elevated 1,25-dihydroxyvitamin D and low bone mineral density
(3)  Metabolic Bone Disease in Inflammatory Bowel Disease
(4)  Vitamin D (Calcitriol)
(5)  Vitamine D Een wondermiddel ?
(6)  De diagnose van sarcoïdose
(7)  Sarcoïdose en vermoeidheid
(8)  SARCOÏDOSE: STAND VAN ZAKEN
 
(9)  Elevated 1, 25-dihydroxyvitamin D levels are associated with protracted treatment in sarcoidosis
(10)  Frequency of disordered calcium metabolism in sarcoidosis
(11)  Vitamin D, Calcium, and Sarcoidosis
(12)  Arterial stiffness is increased in patients with inflammatory bowel disease
(13)  Premature Subclinical Atherosclerosis in Pediatric Inflammatory Bowel Disease
(14)  Renal Versus Extrarenal Activation of Vitamin D in Relation to Atherosclerosis, Arterial Stiffening, and Hypertension
(15)  Vitamine D en allergie
(16)  Veiligheid van Vitamines
(17)  Hypovitaminosis D and disease; consequence rather than cause?
(18)  Vitamin D Insufficiency
Diesel

1 opmerking:

  1. This is a very powerfully educating article. Thank you so much for providing we students at the University of Nigeria http://unn.edu.ng with such priceless information.

    BeantwoordenVerwijderen